Nu snap ik wat Jesaja en zo bedoelden
Koop in de Apple Store Koop in de Play Store

Bijbelverhalen

11 Wat moet ik doen (gevoel) Blij met Gods liefde (gevoel) Bidden helpt wel, niet (gebeurtenis)

Een gebed (Onze Vader)

Uit het bijbelboek Lucas, hoofdstuk 11

Vaak weet je niet zo goed wat je nu precies moet bidden. Wat kan en mag je God nu allemaal vragen. Jezus zelf helpt ons daarbij en geeft ons een gebed voor ons hele leven.
(Tip de icons en vind dit verhaal in de app Bible-Fit.)

Op een dag zeiden de leerlingen tegen Jezus: ‘Heer, leer ons hoe we
moeten bidden.’
Ze hadden naar zijn verhalen geluisterd en vroegen zich af hoe ze
volgens Jezus’ leer moesten leven.
Jezus ging bij hen zitten en zei: ‘Veel woorden heb je niet nodig.
Houd het eenvoudig, je hoeft niet urenlang te bidden. Zeg maar een
gebed zoals dit:
Onze Vader in de hemel,
laat uw naam geheiligd worden,
laat uw koninkrijk komen
en uw wil gedaan worden
op aarde zoals in de hemel.
Geef ons vandaag het brood
dat wij nodig hebben.
Vergeef ons onze schulden
zoals ook wij vergeven wie ons iets schuldig was.
En breng ons niet in beproeving,
maar red ons uit de greep van het kwaad.
Simon, Jakobus, Johannes en de anderen luisterden heel goed en
zeiden het gebed na. Ze wisten dat Jezus vaak alleen ging bidden tot
zijn Vader en dat dat heel belangrijk voor Hem was.
‘Jullie moeten veel bidden,’ zei Jezus. ‘Geef nooit op!’ Hij zag aan
hen dat ze dat moeilijk vonden.
‘Luister,’ zei Jezus. ‘Stel je voor dat je midden in de nacht naar
het huis van een vriend gaat. Je klopt op de deur en zegt: “Leen
me alsjeblieft drie broden, want ik heb onverwacht bezoek gekregen.”
“Stoor me niet!” roept je vriend. “Ik lig al in bed en mijn kinderen
slapen.”’
‘Toch blijf je kloppen,’ ging Jezus verder. ‘Uiteindelijk zal je vriend
opstaan en je het brood geven, niet omdat hij je vriend is, maar omdat
hij wil dat er een eind komt aan dat lawaai. Geef het niet op!
Zo is het met bidden ook,’ zei Jezus. ‘Geef nooit op. Vraag, en je
zult het krijgen; zoek, en je zult het vinden; klop aan en de deur zal
worden geopend!’

Met toestemming overgenomen uit: ‘Het grote verhaal van God en mensen’.
Murray Watts, Ark Boeken, 2008
12 Ik heb medelijden (gevoel) Zorgen voor een ander (gebeurtenis) Ik wil Jezus volgen (gevoel)

De goede Samaritaan

Uit het bijbelboek Lucas, hoofdstuk 10

Wat zou jij doen voor een vijand in nood? Een vraag waar de goede Samaritaan niet lang over na hoeft te denken. Hij weet meteen wat hij moet doen en kijkt niet op een eurootje.
(Tip de icons en vind dit verhaal in de app Bible-Fit.)

Op een keer vroeg een wetgeleerde aan Jezus: ‘Meester, hoe kom je
in de hemel?’
‘Jij kent de wetten,’ zei Jezus. ‘Wat denk je zelf?’
‘De joodse wet zegt dat we van God moeten houden,’ antwoordde
de man. ‘En we moeten net zoveel van anderen houden als van onszelf.’
‘Juist,’ zei Jezus. ‘Als je dat doet, zul je het eeuwige leven vinden.’
‘Maar Meester,’ zei de man, ‘wie zijn die anderen?’
Jezus keek naar de man, die tevreden over zichzelf glimlachte. ‘Ik
zal je een verhaal vertellen,’ zei Jezus. ‘Er was eens een man die van
Jeruzalem naar Jericho liep. Plotseling werd hij overvallen door rovers
die al zijn geld afpakten en hem in elkaar sloegen. Toen kwam
er een priester langs. Hij zag het lichaam van de man liggen maar
liep snel door.’
‘Daarna kwam er iemand uit de tempel langs,’ zei Jezus. ‘Die kende
de wet op zijn duimpje, en wist dat hij geen dode mocht aanraken.
Ook hij liep snel door. Toen kwam er een Samaritaan op een
ezel langs.’
De mensen luisterden gespannen want Samaritanen en Joden hadden
een hekel aan elkaar omdat ze verschillend over God dachten.
Wat zou die Samaritaan doen? ‘De Samaritaan stopte en verzorgde
de man,’ zei Jezus. ‘Hij bracht hem op zijn ezel naar de herberg en
gaf geld aan de herbergier om voor de man te zorgen.’
Jezus zweeg, toen vroeg hij de wetgeleerde: ‘Wie van die drie gaf
om anderen?’
‘De man die de gewonde liefdevol verzorgde,’ antwoordde de wetgeleerde.
‘Doe dan als hij,’ zei Jezus.

Met toestemming overgenomen uit: ‘Het grote verhaal van God en mensen’.
Murray Watts, Ark Boeken, 2008
13 Paasfeest (gebeurtenis)

Het laatste avondmaal van Jezus

Uit het bijbelboek Marcus, hoofdstuk 14

Een laatste maaltijd met je beste vrienden, vlak voordat er iets vreselijks zal gaan gebeuren. Jezus maakt het mee. En hij beschuldigt ook nog – terecht - één van zijn vrienden. Dat moet een bijzondere sfeer gegeven hebben daar aan tafel.
(Tip de icons en vind dit verhaal in de app Bible-Fit.)

Pesach brak aan. In een huis in Jeruzalem vierden Jezus en de leerlingen
dat door samen te eten.
Eigenlijk was Pesach een vrolijk feest, want het herinnerde de
mensen aan de tijd dat God zijn volk uit Egypte had laten vertrekken.
Maar deze avond zaten ze allemaal zwijgend aan tafel. Jezus
keek ernstig en bedroefd.
Het was al donker, de lampen waren aan. Plotseling zei Jezus:
‘Een van jullie zal Mij vannacht verraden.’
‘Ik toch niet, Heer?’ vroeg Petrus verontwaardigd. ‘Ik zal U nooit
verraden!’
‘Ik ook niet!’
‘Ik ook niet... Nooit!’
Zo zeiden ze allemaal dat zíj dat nooit zouden doen – ook Judas.
‘U bedoelt mij toch niet, Meester?’ vroeg hij.
Jezus fluisterde: ‘Je zegt het, Judas.’ Daarna zei Hij: ‘Doe wat je
moet doen, maar wel snel.’
Meteen ging Judas de kamer uit. Geen van de anderen begreep
wat er aan de hand was.
‘Ik zal U nooit verraden, nooit!’ Petrus sloeg op de tafel. ‘Ook al
moet ik samen met U sterven!’
‘Petrus,’ zei Jezus. ‘Nog voordat morgenochtend de haan kraait,
zul je drie keer hebben gezegd dat je Mij niet eens kent.’
Petrus schudde zijn hoofd. Dat zou hij nooit doen; hij was toch
een van Jezus’ beste vrienden?
Jezus pakte het brood en dankte God; toen brak hij het brood
langzaam in stukken. Jezus was erg verdrietig.
‘Hier.’ Jezus gaf zijn iedereen een stuk. ‘Dit is mijn lichaam.’
‘Zijn lichaam?’ fluisterde iemand. Het was zo moeilijk om dat te
begrijpen.
Toen pakte Jezus de beker wijn.
‘Dit is mijn bloed dat zal vloeien om de zonden van de mensen te
vergeven. Drinken jullie allemaal uit deze beker.’
Om de beurt dronken ze uit de beker. Ondertussen vertelde Jezus
dat God een nieuw verbond met de mensen had gemaakt. Hij beloofde
hun hun zonden te vergeven en te laten zien hoeveel Hij van
de wereld hield.
Nadat ze samen hadden gezongen, stonden ze op en gingen naar
de Olijfberg.

Met toestemming overgenomen uit: ‘Het grote verhaal van God en mensen’.
Murray Watts, Ark Boeken, 2008
14 Paasfeest (gebeurtenis)

Jezus wordt gekruisigd

Uit het bijbelboek Matteüs, hoofdstuk 27

En dan op een nacht is het ineens zo ver. Jezus wordt verraden, vernederd, geoordeeld door Pilatus en uiteindelijk op een gruwelijke manier gedood: aan het kruis.
(Tip de icons en vind dit verhaal in de app Bible-Fit.)

De soldaten duwden Jezus de binnenplaats op. Ze lachten Hem uit
en spuugden in zijn gezicht. Toen kleedden ze Hem uit en sloegen
Hem met een zweep. Daarna deden ze hem een purperen mantel om
en zetten Hem een kroon van dorens op. Ze duwden die zo hard
op zijn hoofd dat het bloedde. Toen bogen ze voor Hem en zeiden
lacherig: ‘Koning van de Joden! O, machtige koning!’
Al die tijd had Jezus niets gezegd. Uiteindelijk duwden de soldaten
Hem de straat op en legden het zware kruis op zijn schouders. Met
zwepen joegen ze Hem vooruit. Jezus wankelde en af en toe viel
Hij. Toen trokken de soldaten Simon van Cyrene uit de menigte,
een man die voor het pesachfeest naar Jeruzalem was gekomen. Ze
dwongen hem het kruis voor Jezus te dragen.
Gevolgd door Simon met het kruis liep Jezus verder, helemaal
naar de heuvel Golgota die buiten de stadsmuren lag. Daar werd
Jezus door de soldaten aan het kruis gespijkerd.
De mensen die Jezus gevolgd waren keken geschokt toe.
Er werden ook nog twee dieven vastgespijkerd, en daarna werden
de kruisen met touwen omhoog getrokken.
Toen het kruis rechtop stond, hoorden ze Jezus schreeuwen.
Daarna werd het stil, maar in de lucht verschenen donkere wolken.
Scherp afgetekend tegen de zon stonden daar de drie kruisen.
De priesters keken elkaar eens aan en zeiden: ‘Als Hij echt de
Zoon van God is, moet Hij er nu maar af komen.’
‘Als Hij echt de Messias is, waarom laat Hij dan niet zien hoe
machtig Hij is?’
‘Ja,’ zei een van de dieven. Hij vertrok zijn gezicht van pijn. ‘Waarom
red je ons niet als je echt de Messias bent?’
‘Ben je niet bang voor God?’ vroeg de andere dief. ‘Wij verdienen
de doodstraf, maar Hij heeft niets gedaan. Hij is onschuldig!’
Toen fluisterde hij tegen Jezus: ‘Heer, denk aan mij wanneer U in
uw koninkrijk komt.’
Jezus keek hem aan en zei: ‘Vandaag nog ben je bij Mij in het
paradijs.’
Toen zag Jezus zijn moeder Maria onder aan het kruis staan, en
naast haar stond Johannes.
‘Dit is je zoon,’ bracht Jezus met moeite uit. ‘En zij is nu je moeder,’
zei Hij tegen Johannes.
Johannes zorgde voortaan voor haar alsof ze zijn moeder was.
Om een uur of twaalf verdween de zon achter de wolken. Het
werd pikdonker en iedereen werd bang. Het was alsof het einde van
de wereld was aangebroken. Ineens riep Jezus uit: ‘Vader! Vader!
Ik geef U mijn geest!’ Toen, met zijn laatste adem, riep Hij: ‘Het is
volbracht!’
Zijn lichaam werd slap. Op dat moment ging het vreselijk onweren.
De wind loeide, grote stenen werden in tweeën gespleten en het
gordijn voor het heilige der heiligen in de tempel scheurde.
De soldaat die de leiding had bij de kruisiging keek naar Jezus met
angst en verbazing. ‘Dus Hij was echt de Zoon van God...’

Met toestemming overgenomen uit: ‘Het grote verhaal van God en mensen’.
Murray Watts, Ark Boeken, 2008
15 Blij met Gods liefde (gevoel) Paasfeest (gebeurtenis) Ik heb verdriet (gevoel)

Jezus leeft!

Uit het bijbelboek Johannes, hoofdstuk 20

Jezus is gestorven en zijn vrienden hebben hem in een graf in een rots gelegd. Maar als een paar dagen later Maria gaat kijken, wordt ze erg verrast door de tuinman!
(Tip de icons en vind dit verhaal in de app Bible-Fit.)

Diep bedroefd zaten Jezus’ volgelingen bij elkaar. Hun Heer en
Meester was dood en begraven.
De leerlingen hadden de deur stevig op slot gedaan, want ze waren
bang. Ze schaamden zich ook dat ze waren weggerend toen
Jezus werd gearresteerd. Petrus wilde met niemand praten. Hij had
ontkend dat hij Jezus kende. Hij wilde dat hij zelf ook dood was.
Maria Magdalena huilde. ‘Mijn Heer... Mijn Heer... Hij is weg,
weg!’
Heel vroeg de volgende ochtend wilde Maria naar het graf gaan
om dicht bij Jezus te kunnen zijn. De hele nacht wachtte ze totdat
het licht werd.
Zodra de ochtend aanbrak, ging Maria op weg. Ze had kostbare
specerijen bij zich en liep snel door.
Toen ze bij het graf kwam, scheen de zon al en de vogels floten in
de bomen. Alles zag er heel gewoon uit, alleen... De steen!
De adem stokte in haar keel. Ze keek om zich heen, maar er was
niemand. Wie had de steen weggerold?
Jezus was niet meer in het graf. Gauw ging ze het de leerlingen
vertellen. Petrus en Johannes renden naar het graf en ook zij zagen
dat het graf leeg was.
Binnen lagen alleen nog de linnen doeken maar Jezus’ lichaam
was weg. Petrus pakte voorzichtig de doek die om Jezus’ hoofd had
gezeten. Zou Jezus dan toch weer leven? Verwonderd gingen Petrus
en Johannes terug naar de stad.
Maria bleef huilend achter. Toen ze het graf weer binnenging, zag
ze daar twee engelen, een op de plek waar het hoofd had gelegen
en een op de plek waar de voeten waren geweest. Maar er was geen
lichaam. Maria was in de war en begreep niet wat er aan de hand
was.
‘Waarom huil je?’ vroegen de engelen.
‘Omdat mijn Heer weg is, en ik weet niet waar Hij nu is,’ antwoordde
ze. Ze rende naar buiten en ging huilend in het gras zitten.
Ze snikte zo hard dat ze niet merkte dat er iemand bij haar kwam
staan.
‘Waarom huil je?’ vroeg Hij zacht.
‘O,’ zei ze huilend. ‘Jij bent zeker de tuinman... Als je het lichaam
hebt weggehaald, vertel me dan alsjeblieft waar het nu is.’
‘Maria...’
Toen keek ze op. Ze kende die stem, dat was de stem van Jezus.
Jezus! Maar dat kon toch niet... Toch was Hij het, en Hij keek
haar vol liefde aan. Ze pakte zijn voeten en riep: ‘Meester!’
‘Je hoeft Mij niet zo vast te houden,’ zei Hij. ‘Ga de leerlingen
maar vertellen dat je Mij hebt gezien, en dat Ik naar mijn Vader ga,
mijn Vader in de hemel.’
Maria rende terug en vertelde de leerlingen wat Jezus had gezegd.

Met toestemming overgenomen uit: ‘Het grote verhaal van God en mensen’.
Murray Watts, Ark Boeken, 2008
Meer verhalen: